Africhting

De africhting van de gebruikshond bestaat uit drie onderdelen:

Speuren

Dit houdt in dat de hond in een weiland of op een akker een vooraf uitgelopen spoor van ca. 15 tot 60 minuten oud dient af te zoeken naar een drietal gebruiksvoorwerpen zoals bijv. een portemonnee of sleutels. Hierbij maakt men gebruik van één van de meest ontwikkelde organen van de hond n.l. de neus.
Omdat een hond per definitie niet die kwaliteit ogen heeft zoals de mens, wordt dit gecompenseerd door een beter ontwikkelde neus en oren dan die van de mens.

 

Appèl

Hierin dient de hond te laten zien dat hij de nodige gehoorzaamheidsoefeningen op een daartoe voorgeschreven wijze kan uitvoeren. Het appèl bestaat uit een aantal onderdelen, te weten: aangelijnd en los volgen zit- en af-oefening sta-oefening apporteren over vlakke grond, over een 1 meter hoge haag en over een klimschutting vooruitzend oefening afliggen met afleiding.

 

 

 

 

Manwerk

Dit onderdeel is gebaseerd op het principe dat de hond van nature zijn omgeving en geleider zal trachten te beschermen bij gevaar. Dit gevaar bestaat uit een volledig beschermde persoon (pakwerker), die de geleider onder wisselende omstandigheden zal trachten aan te vallen. Hierbij wordt dan ook veel van de belastbaarheid van de hond gevraagd, daar het niet zo is dat de hond maar mag doen wat zijn instinct hem ingeeft.